Iedere Staat die Partij is treft de nodige maatregelen, eventueel met inbegrip van de benodigde nationale wetgeving, om zeker te stellen dat strafbare handelingen die vallen binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag, met name indien zij zijn bedoeld om of ermee wordt beoogd het publiek, een groep personen of bepaalde personen grote angst aan te jagen, onder geen enkele omstandigheid worden gerechtvaardigd door overwegingen van politieke, filosofische, ideologische, raciale, etnische, religieuze of andere soortgelijke aard en worden bestraft met straffen die passen bij de ernst van deze handelingen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 9 maart 2002