Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Afgifte van certificaten en controle door de havenstaat

Onderdeel van Protocol van Torremolinos van 1993 inzake het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977· Vervoersrecht

1. Elk vaartuig dat in overeenstemming met de bepalingen van de voorschriften in het bezit van een certificaat moet zijn, is, wanneer het zich in een haven van een andere Partij bevindt, onderworpen aan de controle door door de Regering van die Partij naar behoren bevoegd verklaarde ambtenaren, voorzover deze controle erop gericht is zekerheid te verkrijgen dat het krachtens de bepalingen van de desbetreffende voorschriften afgegeven certificaat geldig is. 2. Een zodanig certificaat wordt, indien het geldig is, aanvaard, tenzij er duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat de toestand van het vaartuig of van zijn uitrusting in belangrijke mate afwijkt van de gegevens van dat certificaat of dat het vaartuig en zijn uitrusting niet voldoen aan de bepalingen van de desbetreffende voorschriften. 3. In de in het tweede lid genoemde omstandigheden of wanneer het certificaat verlopen is of niet langer geldig is, moet de controlerende ambtenaar stappen ondernemen om te verzekeren dat het vaartuig niet vertrekt voordat het zonder gevaar voor vaartuig of opvarenden zee kan kiezen of de haven kan verlaten om zich naar de passende reparatiewerf te begeven. 4. In het geval dat deze controle aanleiding geeft tot enige vorm van ingrijpen, stelt de controlerende ambtenaar de consul of, bij diens afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger van de staat wiens vlag het vaartuig gerechtigd is te voeren terstond schriftelijk in kennis van alle omstandigheden die ertoe hebben geleid dat deze ingreep noodzakelijk werd geacht. Bovendien worden de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de certificaten eveneens op de hoogte gebracht. De feiten met betrekking tot de ingreep worden aan de Organisatie gerapporteerd. 5. Indien de betrokken autoriteit van de havenstaat de in het derde lid bedoelde stappen niet kan ondernemen of indien het het vaartuig is toegestaan naar de volgende aanloophaven te varen, stelt de betrokken autoriteit van de havenstaat de in het vierde lid bedoelde Partij en de autoriteiten van de volgende aanloophaven in kennis van alle relevante informatie met betrekking tot het vaartuig. 6. Bij de uitvoering van een controle krachtens dit artikel wordt al het mogelijke in het werk gesteld om het onnodig vasthouden of vertragen van het vaartuig te voorkomen. Elk vaartuig dat onnodig is vastgehouden of vertraagd als gevolg van de uitvoering van een controle, heeft recht op vergoeding van de geleden verliezen of schade. 7. Ten aanzien van vaartuigen van Staten die geen Partij zijn bij dit Protocol, passen de Partijen de eisen van dit Protocol toe voorzover zulks noodzakelijk is om ervoor zorg te dragen dat deze vaartuigen geen gunstiger behandeling genieten.

Rechtspraak bij dit artikel