Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken, wanneer opzettelijk gepleegd, het beloven, aanbieden of geven, rechtstreeks of indirect, van elk onverschuldigd voordeel aan een van haar overheidsfunctionarissen, voor hem zelf of voor iemand anders, opdat hij een handeling verricht of nalaat te verrichten in de uitoefening van zijn taken.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Actieve omkoping van nationale overheidsfunctionarissen
Onderdeel van Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2002