**1.** Elk der Partijen kan dit Verdrag beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand na de ontvangst van de kennisgeving.
**2.** Ingeval een partij op grond van zijn interne recht in de onmogelijkheid verkeert om zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag na te komen, kan die Partij overgaan tot opschorting van de toepassing van het Verdrag of, met instemming van de andere Partij, van enig deel van dit Verdrag dan wel van de toepassing van het Verdrag op een deel van zijn grondgebied. Van de opschorting en, in voorkomend geval, de instemming van de andere Partij met de gedeeltelijke opschorting, wordt schriftelijk langs diplomatieke weg kennis gegeven.
**3.** De opschorting wordt van kracht op de dag van ontvangst van de kennisgeving van opschorting, met dien verstande echter dat zij niet eerder van kracht wordt dan dertig dagen nadat ingevolge het vierde lid kennis is gegeven van de omstandigheid dat er een gerede aanleiding is om aan te nemen dat zich een situatie als bedoeld in het tweede lid zal voordoen. Een gedeeltelijke opschorting wordt van kracht op het tijdtip van ontvangst van de kennisgeving van de instemming van de andere Partij met een gedeeltelijke opschorting.
**4.** Ingeval een partij oordeelt dat er een gerede aanleiding is om aan te nemen dat zich een situatie als bedoeld in het tweede lid zal voordoen, stelt die Partij de andere Partij daarvan in kennis zo lang mogelijk voordat zij kennis geeft van de opschorting. In dat geval treden de Partijen met elkaar in overleg over de wijze waarop eventuele ongunstige gevolgen voor de voortgezette erkenning en geldendmaking van onder dit Verdrag vallende verplichtingen tot levensonderhoud tot een minimum kunnen worden beperkt.
**5.** In geval van opschorting of beëindiging trachten de Partijen, voor zoveel mogelijk op grond van het interne recht, ongunstige gevolgen voor de voortgezette erkenning en geldendmaking van onder dit Verdrag vallende verplichtingen tot levensonderhoud tot een minimum te beperken.
**6.** De beëindiging of de opschorting ingevolge dit artikel heeft geen gevolgen voor de juridische status van enige beslissing inzake levensonderhoud die reeds is geregistreerd of uitvoerbaar verklaard op grond van het interne recht van een Partij.
Artikel XI
Beëindiging
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2002