**1.** De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon overeenkomstig de in lid 1 van artikel 2 en de artikelen 3 en 4 opgenomen procedures, kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:
een geldig nationaal identiteitsbewijs;
een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder.
**2.** De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:
een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname;
een officieel document anders dan beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.d.);
een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
**3.** Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:
een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt;
afschriften van bovengenoemde documenten;
de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.
Artikel 6
Artikel 6
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2005