Naar hoofdinhoud

TITEL V › HOOFDSTUK II

Artikel 48

Artikel 48

Onderdeel van Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2004

1. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst dient de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: voor de vestiging van communautaire vennootschappen een niet minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij verleent aan eigen vennootschappen of aan die uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; voor de activiteiten van in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de eigen vennootschappen en filialen of aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen wordt verleend, indien deze behandeling gunstiger is. 2. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voert geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging van vennootschappen van de Gemeenschap op haar grondgebied of de activiteiten van op zijn grondgebied gevestigde vennootschappen van de Gemeenschap discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen. 3. De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst: voor de vestiging van vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen of aan die uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is; met betrekking tot de activiteiten van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen en filialen of aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is. 4. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de Stabilisatie- en Associatieraad, in het licht van de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de toestand op de arbeidsmarkt, onderzoeken of de bovenstaande bepalingen moeten worden uitgebreid tot de vestiging van onderdanen van beide partijen bij de overeenkomst met als doel als zelfstandigen activiteiten te ontplooien. 5. Onverminderd het bepaalde in dit artikel: hebben dochterondernemingen en filialen van communautaire vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onroerend goed te gebruiken en te huren; genieten dochterondernemingen van communautaire vennootschappen hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, met inbegrip van natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond en bossen, genieten zij dezelfde rechten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; aan het eind van de eerste fase van de overgangsperiode onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad de mogelijkheid de rechten onder b) uit te breiden tot filialen van de communautaire vennootschappen.

Rechtspraak bij dit artikel