Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verdrag betreffende thuiswerk· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 31 oktober 2003

Voor de toepassing van dit Verdrag: wordt onder „thuiswerk” verstaan: werk dat een persoon, hierna te noemen een thuiswerker, verricht in zijn of haar woning of in een andere ruimte van zijn of haar keuze die niet de arbeidsplaats van de werkgever is; tegen vergoeding; waaruit een product of dienst voortvloeit zoals aangegeven door de werkgever, ongeacht wie de gebruikte apparatuur, het materiaal of andere voor die prestatie benodigde middelen levert, tenzij deze persoon de benodigde mate van autonomie en economische onafhankelijkheid bezit om als zelfstandige te worden aangemerkt krachtens de nationale wet- en regelgeving of gerechtelijke beslissingen; worden personen met de status van werknemer geen thuiswerkers in de zin van dit Verdrag door hun werk als werknemer eenvoudigweg af en toe thuis te verrichten, in plaats van op hun normale arbeidsplaats; wordt onder „werkgever” verstaan: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die, hetzij rechtstreeks, hetzij via een tussenpersoon, ongeacht het feit of in de nationale wetgeving wel of niet is voorzien in het bestaan van tussenpersonen, thuiswerk doet verrichten in het kader van zijn of haar zakelijke activiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel