Naar hoofdinhoud

TITEL II

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale zekerheid ter aanvulling van communautaire regelingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

1. Voor de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen stelt het Nederlandse bevoegde orgaan het ouderdomspensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de tijdvakken van verzekering die krachtens de wetgeving betreffende de algemene ouderdomsverzekering (AOW) zijn vervuld. 2. Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid worden als verzekeringstijdvakken in aanmerking genomen kalenderjaren of delen van kalenderjaren welke vóór 1 januari 1957 zijn gelegen, gedurende welke de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen, die niet voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan deze tijdvakken in aanmerking kunnen worden genomen, voor zover deze personen tussen het 15e en 65e levensjaar in Nederland hebben gewoond of gedurende welke zij weliswaar in de Bondsrepubliek Duitsland hebben gewoond, maar in Nederland arbeid hebben verricht in dienst van een in deze Verdragsluitende Staat gevestigde werkgever. 3. De in het tweede lid bedoelde tijdvakken worden voor de berekening van het ouderdomspensioen alleen in aanmerking genomen indien de betrokken persoon verzekerd is geweest in de zin van artikel 6 van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en hij na het bereiken van de 59-jarige leeftijd gedurende zes jaren op het grondgebied van een of van beide Verdragsluitende Staten heeft gewoond en slechts zolang hij op het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Staten woont. Deze tijdvakken worden evenwel niet in aanmerking genomen indien zij samenvallen met tijdvakken die voor de berekening van een ouderdomspensioen krachtens de wetgeving van een andere staat dan Nederland reeds in aanmerking kunnen worden genomen. 4. In afwijking van de bepalingen van Bijlage VI van de Verordening inzake de toepassing van de Nederlandse wetgeving betreffende de nabestaandenverzekering respectievelijk de arbeidsongeschiktheids-verzekering, worden de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen, die niet meer krachtens de Nederlandse wetgeving inzake de nabestaanden-verzekering respectievelijk inzake de arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerd zijn, met het oog op de toepassing van Titel III, hoofdstuk 3, van de Verordening, op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich voordoet nog slechts geacht ingevolge deze wetgeving verzekerd te zijn, indien zij ingevolge de Duitse wetgeving wegens hetzelfde risico verzekerd zijn of, indien zulks niet het geval is, een uitkering krachtens de Duitse wetgeving wegens hetzelfde risico verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel