Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale zekerheid ter aanvulling van communautaire regelingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003

1. Op de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag treden buiten werking: het Verdrag van 29 maart 1951 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering; de Tweede Aanvullende Overeenkomst van 29 maart 1951 bij het Verdrag inzake sociale verzekering, betreffende de verzekering van mijnwerkers en de met dezen gelijkgestelden; de Overeenkomst van 27 november 1956 tot toepasselijkverklaring op het „Land" Berlijn van het Duits-Nederlands Verdrag van 29 maart 1951 inzake sociale verzekering; de Vijfde Aanvullende Overeenkomst van 21 december 1956 bij het Verdrag inzake sociale verzekering, betreffende de betaling van renten over de tijd vóór het in werking treden van het Verdrag; de Zesde Aanvullende Overeenkomst van 24 mei 1965 bij het Verdrag inzake sociale verzekering, inzake de ouderdomsvoorziening van landbouwers; de Overeenkomst van 9 maart 1961 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de toepassing van de Nederlandse wetgeving inzake de algemene ouderdoms-verzekering; de Overeenkomst van 27 juni 1963 tussen de bevoegde Nederlandse en Duitse autoriteiten betreffende de toepassing van artikel 73, vierde lid, artikel 74, vijfde lid, en artikel 75, derde lid, van Verordening nr. 4 van de Raad van de Europese Gemeenschap inzake de sociale zekerheid van migrerende werknemers; de Overeenkomst van 3 september 1969 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het afzien van de in artikel 14, tweede lid, van EEG-Verordening nr. 36/63 voorziene vergoeding van uitgaven voor verstrekkingen, die aan gepensioneerde oud-grensarbeiders, aan nagelaten betrekkingen van grensarbeiders, alsmede aan hun gezinsleden bij ziekte zijn verleend; de Overeenkomst van 22 juli 1976 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het afzien van vergoeding van uitkeringen aan werklozen; de Overeenkomst van 1 oktober 1981 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de vaststelling van de vergoeding van verstrekkingen van de ziekte- en moederschapsverzekering op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen; de Overeenkomst van 15 februari 1982 tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de toepassing van artikel 20 van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 voor gezinsleden van grensarbeiders. 2. De Vierde Aanvullende Overeenkomst van 21 december 1956, treedt buiten werking op de dag, waarop de artikelen 8 en 9 in werking treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel