Naar hoofdinhoud
1. Afgezien van de voorbehouden bedoeld in artikel 20, lid 8, artikel 21, lid 5, en artikel 23, lid 5, zijn voorbehouden bij deze overeenkomst niet toegestaan. 2. Lidstaten die onderling reeds overeenkomsten hebben gesloten over aangelegenheden die in titel IV van deze overeenkomst worden geregeld, mogen slechts voorbehouden krachtens lid 1 maken inzoverre deze geen afbreuk doen aan hun uit die overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen. 3. Zo wordt aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van de overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, en die voorzien in een versterkte samenwerking, geen afbreuk gedaan door deze overeenkomst in het kader van de betrekkingen tussen de lidstaten die aan die bepalingen zijn gebonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel