Naar hoofdinhoud
1. De douaneadministraties verlenen elkaar wederzijds bijstand met het oog op de inning van douanevorderingen, in overeenstemming met de onderscheiden nationale wetgeving en de eigen nationale administratieve praktijk van de Partijen. 2. Het verzoek om bijstand bij de inning van een douanevordering gaat vergezeld van de volgende documenten: een officieel afschrift van de executoriale titel die van toepassing is in het douanegebied van de verzoekende Partij; een verklaring dat de douanevordering niet langer wordt betwist; een verklaring met betrekking tot de mogelijkheden tot inning van douanevorderingen in het douanegebied van de Partij van de verzoekende administratie; alle overige, mogelijk nuttige documenten of inlichtingen. 3. De betekening van de executoriale titel van de douanevordering vindt plaats in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen die in de aangezochte Partij van toepassing zijn op vergelijkbare douanevorderingen. 4. Zolang de aangezochte administratie geen verklaring heeft ontvangen dat de douanevordering niet langer wordt betwist of dat deze voorwerp is van een executoriale titel, beperkt de aangezochte administratie zich tot het nemen van de noodzakelijke conservatoire maatregelen. 5. De douanevorderingen genieten in de aangezochte Partij op geen enkele wijze voorrang. 6. De aangezochte administratie is niet verplicht het verzoek in te willigen indien de verzoekende administratie niet alle in haar eigen douanegebied beschikbare middelen voor de inning van de douanevordering heeft benut. 7. De op verzoek van de verzoekende administratie verrichte handelingen schorsen de verjaring volgens de toepasselijke regels van deze administratie.

Rechtspraak bij dit artikel