Naar hoofdinhoud
1. De bijstand en samenwerking uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks tussen de douaneadministraties verleend. 2. Verzoeken om bijstand en samenwerking uit hoofde van dit Verdrag worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van alle nuttig geachte documenten. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan. Deze verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd, in het bijzonder via fax, e-mail of elk ander middel. 3. Verzoeken ingevolge het tweede lid moeten de volgende gegevens bevatten: de naam van de administratie die het verzoek doet; het onderwerp van en de redenen voor het verzoek; een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de lopende procedures; de identiteit (de naam, geboortedatum en -plaats voor natuurlijke personen en de bedrijfsnaam voor rechtspersonen) en het adres (hoofdvestiging voor rechtspersonen) van de betrokken personen. 4. Met inachtneming van nationale wettelijke en administratieve bepalingen geeft de aangezochte administratie gevolg aan ieder verzoek van de verzoekende administratie om een bepaalde procedure te volgen. 5. De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt medegedeeld aan functionarissen die door elke douaneadministratie hiertoe speciaal zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen functionarissen wordt aan de andere douaneadministraties verstrekt in overeenstemming met artikel 32, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel