Naar hoofdinhoud
1. Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling of via andere middelen worden gedaan, met inbegrip van elektronische; dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd. 2. Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden: de administratie die het verzoek doet; het onderwerp van en de reden voor het verzoek; een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de procedure; de namen en adressen van de bij de procedure betrokken personen, voor zover bekend. 3. De in dit Verdrag bedoelde informatie en inlichtingen worden alleen medegedeeld aan ambtenaren die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel