Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte administratie houdt, op verzoek, bijzonder toezicht op: personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten; goederen in vervoer of in opslag die door de verzoekende administratie in verband gebracht worden met vermoedelijke inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij; vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij; panden waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij; betaalmiddelen die door de verzoekende douaneadministratie in verband gebracht worden met vermoedelijk ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij. 2. De douaneadministraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, met wederzijdse overeenstemming en door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het douanegebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien het niet binnen de bevoegdheid van de douaneadministratie ligt dergelijke toestemming te verlenen, zal deze administratie zich inspannen om tot samenwerking te komen met nationale autoriteiten met een dergelijke bevoegdheid of draagt zij de zaak over aan een dergelijke autoriteit.

Rechtspraak bij dit artikel