Hoofdstuk II
Artikel 12
Eisen in verband met het toezicht op en de rapportage over de voortgang van de implementatie van de bijstand uit het EOF
Deze tekst geldt sinds 1 april 2003
**1.** De Commissie en de Bank oefenen toezicht uit, elk voor wat haar aangaat, op het gebruik van de bijstand uit het EOF door de ACS-staten, de LGO en andere begunstigden, alsmede op de uitvoering van met de bijstand uit het EOF gefinancierde projecten, waarbij met name wordt gelet op de doelstellingen genoemd in de artikelen 55 en 56 van de ACS-EG-overeenkomst en de overeenkomstige bepalingen in het besluit.
**2.** De Bank stelt de Commissie periodiek op de hoogte van de uitvoering van de projecten die worden gefinancierd met de middelen van het fonds die door haar worden beheerd, overeenkomstig de procedures van de operationele richtsnoeren voor de Investeringsfaciliteit. De Commissie en de Bank zorgen voor nauwe coördinatie en samenwerking ter bevordering van de ontwikkeling van de particuliere sector in de ACS-staten.
**3.** De Commissie en de Bank voorzien overeenkomstig de artikelen 17, 18 en a van dit akkoord de lidstaten, in het comité bijeen, van informatie over de wijze waarop de middelen uit het 9e EOF op nationaal en regionaal vlak op het terrein worden aangewend. Deze informatie betreft ook de uit middelen van de Investeringsfaciliteit gefinancierde verrichtingen.
**4.** Zoals bepaald in artikel 2, lid 2 en lid 3, van dit akkoord, dient de Commissie bij de Raad een voorstel in voor de algehele evaluatie van de resultaten die de Raad in 2004 moet maken. In deze evaluatie wordt met name nagegaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd.
De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.