Hoofdstuk III
Artikel 16
Toewijzing van middelen
Deze tekst geldt sinds 1 april 2003
Bij de aanvang van de programmeringsprocessen als bedoeld in de artikelen 1 en 8 van bijlage IV bij de partnerschapsovereenkomst tussen ACS en EG stelt de Commissie, aan de hand van de criteria van de artikelen 3 en 6 van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst, voor elke ACS-staat en voor elke regio waarop het programmeringsproces van toepassing is de indicatieve toewijzing van niet-terugvorderbare steun vast als aandeel in de middelen vermeld in artikel 2, lid 1, onder a), onder i) en onder b). De in artikel 3, lid 2, van bijlage IV van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst genoemde twee elementen van de toewijzing voor elke staat zullen in dit verband worden vastgesteld. De Commissie stelt het Comité van het EOF in kennis van deze toewijzingen, alsmede van alle overeenkomstig artikel 3, lid 4, van bijlage IV.
Het Comité brengt overeenkomstig de procedure van artikel 27 van het onderhavige akkoord advies uit over de werkwijze die voor de toepassing van de algemene criteria voor toewijzing van middelen, zoals voorgelegd door de Commissie, is gevolgd.
De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.