Naar hoofdinhoud

DEEL IV › TITEL III › HOOFDSTUK I › Afdeling 2

Artikel 108

Markttoegang en nationale behandeling

Onderdeel van Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2005

1. Gezien het huidige niveau van liberalisatie tussen de partijen op het gebied van het internationale vervoer over zee: blijven de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag toepassen; blijven de partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij een behandeling toekennen die niet minder gunstig is dan die welke zij aan hun eigen vaartuigen toekennen ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en aanvullende maritieme diensten van die havens, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losfaciliteiten. 2. Wat de toepassing van de beginselen van lid 1 betreft, verbinden de partijen zich ertoe: in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen op te nemen inzake vrachtverdeling, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de betrokken partij anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken derde land deel te nemen; het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen te verbieden; bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationale vervoer over zee. 3. Iedere partij staat internationale verleners van zeevervoersdiensten van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid te hebben op haar grondgebied, onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel