**1.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten op het grondgebied van haar Staat de onderdanen van een derde land en de staatlozen (hierna te noemen: onderdanen van derde landen) over, die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende nationale voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde land net voor hun binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verbleven.
**2.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij de onderdanen van een derde land over die onregelmatig op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verblijven en een geldige door de bevoegde instanties van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.
**3.** De Overeenkomstsluitende Partijen streven er bij voorkeur naar de in lid (1) hierboven bedoelde onderdanen rechtstreeks naar hun land van herkomst terug te geleiden.
**4.** De verplichting tot overname als bedoeld in lid (1) hierboven geldt niet voor onderdanen van een derde land:
die bij hun binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit waren van een door de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij afgegeven geldig visum of aan wie na hun binnenkomst zo'n visum of een verblijfstitel door de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is afgegeven;
waarvan de overname niet door de bevoegde instanties van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij binnen een termijn van twaalf (12) maanden te rekenen vanaf de onregelmatige binnenkomst is gevraagd of die sinds één (1) jaar het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij hebben verlaten;
jegens wie door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij uitzettings- of teruggeleidingsmaatregelen zijn genomen op voorwaarde dat aangetoond kan worden dat zij het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij voor een derde land hebben verlaten;
aan wie de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij met toepassing van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967, de status van vluchteling heeft toegekend of die een daartoe strekkende aanvraag hebben ingediend waarover nog niet door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is beslist.
**5.** Het bepaalde in lid (1) hierboven is niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van het derde land waarvan betrokkene onderdaan is.
**6.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt na voorafgaande kennisgeving de onderdanen van een derde land over waarvan de overname door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk na hun onregelmatige binnenkomst op het grondgebied van haar Staat wordt gevraagd wanneer deze onderdanen een geldig visum van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij of een geldige door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.
**7.** Indien door beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of verblijfstitel is afgegeven, komt de verplichting tot overname toe aan de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt.
**8.** Het bepaalde in lid (6) en (7) hierboven is niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.
**9.** Op voorwaarde dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarom binnen een termijn van dertig (30) dagen te rekenen van de overname verzoekt, neemt de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de personen onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verricht onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet voldeden aan de in lid (1), (2), (6) en (7) hierboven bepaalde voorwaarden van de verplichting tot overname.
Artikel 3
Overname van onderdanen van derde landen
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Hongarije en Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2003