Naar hoofdinhoud
1. De douaneadministraties stellen hun met de opsporing of bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving belaste ambtenaren in staat persoonlijke en rechtstreekse betrekkingen met elkaar te onderhouden. 2. De douaneadministraties besluiten over nadere regelingen, binnen het kader van dit Verdrag, ter vergemakkelijking van de uitvoering van dit Verdrag. 3. De douaneadministraties streven ernaar eventuele problemen of twijfels naar aanleiding van de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. 4. Conflicten waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden langs diplomatieke weg geschikt. 5. De Verdragsluitende Partijen komen bijeen om dit Verdrag te herzien, op verzoek of na het verstrijken van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding ervan, tenzij zij elkaar schriftelijk ervan in kennis stellen dat een dergelijke herziening niet nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel