Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties wederzijdse administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving. 2. Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door één van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie. 3. Dit Verdrag laat onverlet alle verplichtingen voortvloeiend uit huidige of toekomstige internationale wetgeving en uit wetgeving ter uitvoering van die verplichtingen. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, vloeien die verplichtingen in het bijzonder voort uit de wetgeving van de Europese Unie en internationale verdragen tussen de Lidstaten van de Europese Unie. Wat de Republiek Zuid-Afrika betreft, vloeien die verplichtingen in het bijzonder voort uit internationale verdragen tussen de Lidstaten van de Southern African Development Community en de Lidstaten van de Southern African Customs Union. 4. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen. Particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten. 5. Dit Verdrag laat onverlet de regelgeving inzake wederzijdse bijstand in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend in overeenstemming met een ander geldend verdrag tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.

Rechtspraak bij dit artikel