Naar hoofdinhoud
(1). De identiteit en de nationaliteit van terug te nemen personen worden door de bevoegde instantie van de aangezochte Partij overeenkomstig de eigen nationale wetgeving vastgesteld. (2). De documenten door middel waarvan de identiteit en de nationaliteit van de terugkerende persoon worden aangetoond of redelijkerwijs kunnen worden verondersteld, worden in het Protocol tot uitvoering van deze Overeenkomst vastgelegd. (3). Voor de vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen doet de verzoekende Partij het verzoek om terugname en de beschikbare persoonlijke documenten aan de aangezochte Partij toekomen.

Rechtspraak bij dit artikel