De verplichting tot overname ingevolge deze Overeenkomst geldt niet voor onderdanen van derde landen in de volgende gevallen:
onderdanen van derde landen die een gemeenschappelijke grens met de verzoekende Partij hebben;
onderdanen van derde landen, die na het verlaten van het grondgebied van de aangezochte Partij of na het binnenkomen op het grondgebied van de verzoekende Partij in het bezit zijn gesteld van een door de verzoekende Partij afgegeven visum of verblijfstitel;
onderdanen van derde landen, van wie is aangetoond dat zij gedurende de voorafgaande twaalf (12) maanden op het grondgebied van de verzoekende Partij hebben verbleven;
onderdanen van derde landen, aan wie de verzoekende Partij de status van vluchteling op grond van het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, of de status van staatlozen op grond van het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen heeft toegekend, indien zij regelmatig verblijven op het grondgebied van de verzoekende Partij;
onderdanen van derde landen die door de aangezochte Partij reeds naar het land van herkomst of een derde land zijn teruggeleid.
Hoofdstuk III
Artikel 8
Uitzonderingen op de verplichting tot overname
Deze tekst geldt sinds 29 mei 2004