**1.** Indien de instantie die belast is met de uitvoering van ATS, dan wel haar functionarissen, uit hoofde van dit Verdrag aansprakelijk zijn voor schade aan personen, zaken of rechten die als gevolg van het luchtverkeer op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden is ontstaan, is het Koninkrijk der Nederlanden hiervoor aansprakelijk met inachtneming van de voorschriften die zijn aansprakelijkheid voor de eigen ATS-instanties bepalen.
**2.** De Bondsrepubliek Duitsland stelt het Koninkrijk der Nederlanden schadeloos voor alle noodzakelijke kosten en alle schade die het Koninkrijk der Nederlanden in verband met de afwikkeling van de vorderingen overeenkomstig het eerste lid maakt of lijdt.
**3.** De gedupeerden kunnen geen directe vordering instellen tegen de Bondsrepubliek Duitsland, de door haar aangewezen ATS-instantie en de functionarissen ervan.
**4.** Wanneer tegen het Koninkrijk der Nederlanden een vordering overeenkomstig het eerste lid wordt ingesteld, dient het de Bondsrepubliek Duitsland hiervan onverwijld in kennis te stellen en daartoe is zij eveneens verplicht in het geval van een gerechtelijke vordering.
**5.** Het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland zijn verplicht elkaar relevante inlichtingen en bewijsmiddelen ter beschikking te stellen voor de behandeling van schadegevallen.
**6.** Wanneer tegen het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig het eerste lid een vordering wordt ingesteld, heeft de Bondsrepubliek Duitsland met inachtneming van het toepasselijke procesrecht van het Koninkrijk der Nederlanden het recht zich in de zaak te voegen. Het Koninkrijk der Nederlanden kent de Bondsrepubliek Duitsland bij het sluiten of afwijzen van een extra-judiciële overeenkomst vergelijkbare voegingsrechten toe.
**7.** Het Koninkrijk der Nederlanden zal de Bondsrepubliek Duitsland in kennis stellen van de afwikkeling van de vordering; de kennisgeving gaat vergezeld van afschriften van de uitspraak, schikking of andere beschikkingen die leiden tot afwikkeling.
**8.** Uitsluitend de rechterlijke instanties van het Koninkrijk der Nederlanden zijn bevoegd te beslissen over geschillen inzake vorderingen uit hoofde van het eerste lid.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2006