Naar hoofdinhoud
1. Persoonsgegevens mogen alleen aan de bevoegde instantie worden doorgegeven. Het gebruik van de op grond van dit Verdrag verstrekte gegevens is alleen toegestaan voor het in dit Verdrag omschreven doel waarvoor de gegevens zijn verstrekt, c.q. luchtverkeersleiding, en alleen onder de door de instantie die ze heeft verstrekt voor het desbetreffende geval vooraf gestelde voorwaarden. Persoonsgegevens mogen vervolgens alleen aan andere instanties worden doorgegeven en voor andere doeleinden worden gebruikt met voorafgaande toestemming van de instantie die ze heeft doorgegeven. Verstrekking van persoonsgegevens is voorts toegestaan: voor doeleinden waarvoor de gegevens eveneens overeenkomstig dit Verdrag mogen worden doorgegeven, ter voorkoming en vervolging van ernstige strafbare feiten, alsmede ter bestrijding van grote gevaren voor de openbare veiligheid. De ontvanger stelt de instantie die de gegevens verstrekt op haar verzoek in kennis van het gebruik van de verstrekte gegevens en de daarmee bereikte resultaten. Voor het overige gelden voor elke Verdragsluitende Partij de desbetreffende nationale rechtsvoorschriften. 2. De instantie die de gegevens verstrekt is verplicht de juistheid van de te verstrekken gegevens te controleren en te letten op de noodzaak en de evenredigheid met betrekking tot het met de verstrekking beoogde doel. Daarbij worden de naar het desbetreffende nationale recht geldende verboden tot het verstrekken van gegevens geëerbiedigd. Indien blijkt dat onjuiste gegevens of gegevens die niet hadden mogen worden verstrekt doorgegeven zijn, wordt de ontvanger hiervan onverwijld in kennis gesteld. De ontvanger is alsdan verplicht de gegevens te corrigeren of te vernietigen. 3. De betrokken persoon wordt op verzoek over de met betrekking tot zijn persoon verstrekte gegevens alsmede over het beoogde doel ervan ingelicht. Er bestaat geen verplichting tot het verstrekken van gegevens, indien bij afweging blijkt dat het algemeen belang de gegevens niet te verstrekken zwaarder weegt dan het belang van de betrokkene bij het ontvangen van deze gegevens. Voor het overige richt het recht van de betrokkene over de met betrekking tot zijn persoon aanwezige gegevens te worden ingelicht zich naar het nationale recht van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan om gegevens wordt verzocht. 4. Indien iemand als gevolg van het verstrekken van gegevens uit hoofde van dit Verdrag in strijd met de wet wordt benadeeld, is de ontvangende instantie met inachtneming van haar nationale recht jegens hem aansprakelijk. Deze instantie kan zich er ten aanzien van de benadeelde niet te harer ontlasting op beroepen dat de schade door de verstrekkende instantie is veroorzaakt. Indien de ontvangende instantie schadevergoeding betaalt vanwege schade die is veroorzaakt door de toepassing van onjuist verstrekte gegevens, vergoedt de verstrekkende instantie het volledige bedrag van de betaalde vergoeding. 5. Indien het voor de verstrekkende instantie geldende nationale recht met betrekking tot de verstrekte persoonsgegevens voorziet in bijzondere voorschriften inzake vernietiging, dan stelt de verstrekkende instantie de ontvanger daarvan op de hoogte. Ongeacht deze termijnen worden de verstrekte gegevens gewist zodra zij niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. 6. De verstrekkende en ontvangende instantie zijn verplicht het verzenden en ontvangen van persoonsgegevens te registreren. 7. De verzendende en ontvangende instantie zijn verplicht de verstrekte gegevens doeltreffend te beschermen tegen toegang, wijziging en bekendmaking door daartoe onbevoegden.

Rechtspraak bij dit artikel