Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel 9

Belastingaangelegenheden

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Georgië inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2003

1. Voertuigen, met inbegrip van hun reserveonderdelen, die vervoer verrichten in overeenstemming met dit Verdrag, zijn op basis van uitgewisselde vergunningen wederzijds vrijgesteld van alle belastingen en heffingen opgelegd aan het verkeer of het bezit van voertuigen, alsook van alle bijzondere belastingen en heffingen op vervoerswerkzaamheden op het grondgebied van het andere land. 2. Het vervoer waarop dit Verdrag van toepassing is, is in het gastheerland onderworpen aan de tolgelden en belastingen die worden geheven voor het gebruik van het wegennetwerk of van bruggen. De tolgelden en belastingen worden zonder onderscheid geheven ten aanzien van ingezeten en niet-ingezeten vervoersondernemers. 3. De zich in de normale, vaste, door de fabrikant ingebouwde reservoirs van de voertuigen bevindende brandstof, alsmede de alleen voor de goede werking van die voertuigen bestemde smeermiddelen, zijn wederzijds vrijgesteld van douanerechten en andere belastingen en betalingen.

Rechtspraak bij dit artikel