Naar hoofdinhoud
1. Wanneer een derde staat de uitlevering van een persoon aan één van de Verdragsluitende Staten heeft toegestaan, verzoekt die Verdragsluitende Staat de andere Verdragsluitende Staat om toestemming tot doortocht van die persoon ingeval een landing op het grondgebied van laatstgenoemde Staat is voorzien van een luchtvaartuig met die persoon aan boord. 2. Het verzoek om toestemming tot doortocht bevat de gegevens zoals genoemd in artikel 8, tweede lid, onder de letters a en c. 3. De Verdragsluitende Staat die om doortocht wordt verzocht kan weigeren toestemming te verlenen op de gronden waarin zijn recht voorziet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel