Naar hoofdinhoud
1. Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder de volgende omstandigheden waarin zodanige voordelen ook in de andere Verdragsluitende Staat mogen worden belast: indien hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt; in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend, in die andere Verdragsluitende Staat worden belast; of indien hij in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar: in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij worden verkregen uit zijn in die andere Staat verrichte werkzaamheden, in die andere Staat worden belast. 2. De uitdrukking „vrij beroep” omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap, letterkunde, kunst, opvoeding of onderwijs, alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen, advocaten, technici, architecten, tandartsen en accountants. 3. Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vast middelpunt” een vast middelpunt zoals een kantoor of ruimte, door middel waarvan de werkzaamheden van een natuurlijk persoon die zelfstandige arbeid verricht, geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.

Rechtspraak bij dit artikel