Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 10

Wijzigingen

Onderdeel van Europees Verdrag inzake de wettelijke bescherming van diensten die op voorwaarden toegankelijk zijn· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2004

1. Elke Partij kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen. 2. Van elk voorstel tot wijziging wordt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis gesteld, die het doet toekomen aan de Lidstaten van de Raad van Europa, aan de andere Staten die Partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, aan de Europese Gemeenschap en aan elke niet-Lidstaat die is toegetreden tot of is uitgenodigd toe te treden tot dit Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van artikel 13. 3. Elke in overstemming met de bepalingen van het vorige lid voorgestelde wijziging wordt binnen zes maanden na de datum van toezending door de Secretaris-Generaal bestudeerd tijdens een multilaterale overlegvergadering, alwaar de wijziging kan worden aangenomen met een tweederde meerderheid van de Staten die het Verdrag hebben bekrachtigd. 4. De tekst die is aangenomen door de multilaterale overlegvergadering wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het Comité van Ministers. Zodra de tekst van de wijziging is goedgekeurd, wordt deze ter aanvaarding aan de Partijen gezonden. 5. Alle wijzigingen treden in werking dertig dagen nadat alle Partijen de Secretaris-Generaal in kennis hebben gesteld van hun aanvaarding ervan. 6. Op basis van een aanbeveling door een multilaterale overlegvergadering, kan het Comité van Ministers, met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa voorziene meerderheid en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Partijen die recht hebben op een zetel in het Comité, beslissen dat een bepaalde wijziging van kracht wordt na het verstrijken van een tijdvak van twee jaar na de datum waarop deze ter goedkeuring is toegezonden, tenzij een Partij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis heeft gesteld van een bezwaar tegen de inwerkingtreding ervan. Indien kennis wordt gegeven van een dergelijk bezwaar, wordt de wijziging van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de Partij bij het Verdrag die kennis heeft gegeven van een bezwaar haar akte van aanvaarding heeft nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. 7. Indien een wijziging is goedgekeurd door het Comité van Ministers, maar nog niet in werking is getreden in overeenstemming met het vijfde of zesde lid van dit artikel, mag een Staat of de Europese Gemeenschap niet verklaren zich door het Verdrag gebonden te achten zonder tegelijkertijd de wijziging te aanvaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel