Naar hoofdinhoud
1. Elke lidstaat verbindt er zich toe, op verzoek van een andere lidstaat, te waarborgen dat hij in staat is gedurende een bepaalde periode de bankverrichtingen die worden uitgevoerd door middel van een of meer in het verzoek genoemde rekeningen onder toezicht te plaatsen en de resultaten van het toezicht door te geven aan de verzoekende lidstaat. 2. De verzoekende lidstaat geeft in zijn verzoek aan om welke redenen hij de verlangde gegevens terzake dienend acht voor het onderzoek naar het strafbare feit. 3. De beslissing om de rekening onder toezicht te plaatsen wordt in elke afzonderlijke zaak genomen door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte lidstaat, met inachtneming van de nationale wet van deze lidstaat. 4. De praktische details van het toezicht worden tussen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte lidstaat overeengekomen.

Rechtspraak bij dit artikel