**1.** De lidstaten dragen er zorg voor dat de via een toegangspoort op hun grondgebied geëxploiteerde telecommunicatienetwerken, die op het grondgebied van een andere lidstaat niet rechtstreeks toegankelijk zijn voor het rechtmatig aftappen van communicatie van een persoon die zich in die andere lidstaat bevindt, rechtstreeks toegankelijk kunnen worden gemaakt voor het rechtmatig aftappen door die lidstaat door de tussenkomst van een daartoe aangewezen dienstenverstrekker op zijn grondgebied.
**2.** In het in lid 1 bedoelde geval is het de bevoegde autoriteiten van een lidstaat toegestaan, ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek, in overeenstemming met het toepasselijke nationale recht en voorzover de af te tappen persoon zich in die lidstaat bevindt, af te tappen door de tussenkomst van een daartoe aangewezen dienstenverstrekker op het grondgebied van die lidstaat, zonder de lidstaat op het grondgebied waarvan de toegangspoort zich bevindt, daarin te betrekken.
**3.** Lid 2 is eveneens van toepassing wanneer wordt afgetapt ingevolge een verzoek overeenkomstig artikel 18, lid 2, onder b.
**4.** Het bepaalde in dit artikel belet de lidstaten niet een verzoek om het rechtmatig aftappen van telecommunicatie overeenkomstig artikel 18 te richten tot de lidstaat op het grondgebied waarvan de toegangspoort zich bevindt, in het bijzonder wanneer er in de verzoekende lidstaat geen dienstenverstrekker is.
TITEL III
Artikel 19
Het aftappen van telecommunicatie op eigen grondgebied door tussenkomst van dienstenverstrekkers
Onderdeel van Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 23 augustus 2005