Elke rechtsvordering tot schadevergoeding met betrekking tot het door de feitelijke vervoerder verrichte vervoer moet, naar keuze van de eiser, worden ingesteld tegen die vervoerder of de contractuele vervoerder dan wel tegen beiden gezamenlijk of afzonderlijk. Indien de rechtsvordering wordt ingesteld tegen slechts één van deze vervoerders, heeft die vervoerder het recht de andere vervoerder in vrijwaring op te roepen, waarbij de rechtspleging wordt beheerst door de wet van die rechter voor wie de vordering aanhangig is gemaakt.
HOOFDSTUK V
Artikel 45
Degene aan wie vorderingen tot schadevergoeding kunnen worden gericht
Onderdeel van Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 28 juni 2004