Naar hoofdinhoud

TITEL V › Hoofdstuk II

Artikel 49

Artikel 49

Onderdeel van Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2005

1. Kroatië vereenvoudigt het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap. Kroatië verleent vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst: voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; voor de werkzaamheden van in Kroatië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is. 2. De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de ten aanzien van de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap of Kroatische vennootschappen op hun grondgebied of de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde vennootschappen uit de Gemeenschap of Kroatische vennootschappen discriminerende bepalingen toepassen ten opzichte van de eigen vennootschappen. 3. De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst: voor de vestiging van Kroatische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen, of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is; voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van Kroatische vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is. 4. Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en Associatieraad de modaliteiten vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van beide partijen bij de overeenkomst die economische activiteiten als zelfstandige wensen uit te oefenen. 5. Onverminderd het bepaalde in dit artikel geldt het volgende: dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap hebben vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Kroatië onroerend goed te huren en te gebruiken; dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap hebben hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als Kroatische vennootschappen en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als Kroatische vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; deze bepaling is niet van toepassing op natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond, bossen en bosbouwgrond. Vier jaar na de inwerkintreding van de overeenkomst stelt de Associatie- en Stabilisatieraad de modaliteiten vast voor de uitbreiding van de rechten waarin dit lid voorziet tot de uitgesloten sectoren. Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad de mogelijkheid de onder b) genoemde rechten, met inbegrip van rechten met betrekking tot de uitgesloten sectoren, uit te breiden tot filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap.

Rechtspraak bij dit artikel