Naar hoofdinhoud
1. Bewijzen van oorsprong die door Bulgarije of een nieuwe lidstaat zijn afgegeven in het kader van tussen hen toegepaste preferentiële overeenkomsten worden in de respectieve landen aanvaard, mits: de aanvaarding van het bewijs van oorsprong betekent dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd overeenkomstig de in de Europaovereenkomst opgenomen preferentiële tariefmaatregelen; het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; het bewijs van oorsprong binnen de periode van vier maanden na de toetredingsdatum bij de douaneautoriteiten is ingediend. Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Bulgarije of een nieuwe lidstaat op grond van op dat moment tussen Bulgarije en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen nadien afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd. 2. Bulgarije en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur" is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits: een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Bulgarije vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; alsmede de toegelaten exporteur de communautaire oorsprongsregels vanaf het moment van toetreding toepast. Deze vergunningen worden uiterlijk een jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de Overeenkomst zijn afgegeven. 3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten en autonome regelingen zoals bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Bulgarije en de lidstaten, en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.

Rechtspraak bij dit artikel