HOOFDSTUK II
Artikel 6
Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2008
**1.** Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze zijn afgegeven door Tunesië of een nieuwe lidstaat in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die tussen hen van toepassing zijn, worden, krachtens dit protocol, in de desbetreffende landen aanvaard, op voorwaarde dat:
aanvaarding van dergelijke oorsprong betekent dat een preferentiële tariefbehandeling wordt toegepast op basis van de preferentiële tariefmaatregelen die in de overeenkomst tussen de Europese Unie en Tunesië zijn opgenomen of op basis van het communautaire stelsel van algemene tariefpreferenties;
het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;
het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Tunesië of een nieuwe lidstaat op grond van op dat tijdstip tussen Tunesië en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen achteraf afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.
**2.** Tunesië en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur’’ is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Tunesië vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst;
de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen.
Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven.
**3.** Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten en autonome regelingen zoals bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Tunesië of de nieuwe lidstaten en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.