**1.** Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze zijn afgegeven door Egypte of een nieuwe lidstaat in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die tussen hen van toepassing zijn, worden in de respectieve landen uit hoofde van dit protocol aanvaard, op voorwaarde dat:
aanvaarding van dergelijke oorsprong betekent dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd op basis van de preferentiële tariefmaatregelen die in de overeenkomst tussen de EU en Egypte zijn opgenomen of op basis van het communautaire stelsel van algemene tariefpreferenties;
het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;
het bewijs van oorsprong binnen de periode van vier maanden na de datum van toetreding wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Egypte of een nieuwe lidstaat op grond van op dat tijdstip tussen Egypte en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen nadien afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.
**2.** Egypte en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur" is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Egypte vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst, en;
de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen.
Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de Overeenkomst zijn afgegeven.
**3.** Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen als bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Egypte of de nieuwe lidstaten, en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.
HOOFDSTUK II
Artikel 6
Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2005