Naar hoofdinhoud

DEEL I › ENIG HOOFDSTUK ENIG HOOFDSTUK

Artikel 2

Vrijheid van doorvoer

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2004

1. Het beginsel van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Constitutie. Dit beginsel brengt voor elke postdienst de verplichting met zich mee om de gesloten depêches en de briefpostzendingen à découvert die door een andere postdienst worden bezorgd, steeds te verzenden langs de snelste weg en met behulp van de veiligste middelen die de dienst voor zijn eigen zendingen gebruikt. 2. De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van brieven met bederfelijke biologische stoffen of radioactieve stoffen, mogen de doorvoer van zulke zendingen à découvert over hun grondgebied weigeren. Hetzelfde geldt voor zendingen van briefpost, andere post, briefkaarten en braillestukken die niet voldoen aan de wettelijke bepalingen die de publicatie- en circulatievoorwaarden in het land van doorvoer regelen. 3. Voor de over land en over zee te vervoeren postpakketten is de vrijheid van doorvoer beperkt tot het grondgebied van de landen die aan die dienst deelnemen. 4. Vrijheid van doorvoer van luchtpostpakketten is gegarandeerd binnen het gehele grondgebied van de Unie. Niettemin kunnen de lidstaten die niet aan de dienst van postpakketten deelnemen, niet verplicht worden om mee te werken aan de verzending van de luchtpostpakketten per land- en/of zeepost. 5. Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de postale diensten met dit land af te schaffen.

Rechtspraak bij dit artikel