Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK 1

Artikel 25

Niet-toegelaten zendingen, verbodsbepalingen

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2004

1. Zendingen die niet voldoen aan de bij dit Verdrag en de Regelingen vereiste voorwaarden worden niet toegelaten. 2. Behoudens in de Regelingen vastgelegde uitzonderingen is het insluiten van de hierna genoemde voorwerpen in alle categorieën zendingen verboden: verdovende middelen en psychotrope stoffen; explosieve, ontvlambare of andere gevaarlijke stoffen, alsmede radioactieve stoffen; onder deze verbodsbepaling vallen niet: de in artikel 44 bedoelde bederfelijke biologische stoffen die worden verzonden in briefpostzendingen; de in artikel 26 bedoelde radioactieve stoffen die worden verzonden in briefpostzendingen en postpakketten; obscene of immorele voorwerpen; levende dieren, behoudens de in 3 bedoelde uitzonderingen; voorwerpen waarvan de invoer of de circulatie in het land van bestemming verboden is; voorwerpen die, vanwege hun aard of verpakking, een gevaar kunnen vormen voor de beambten of de andere zendingen of postuitrusting kunnen bevuilen of beschadigen; documenten met het karakter van een actuele en persoonlijke briefwisseling tussen andere personen dan de afzender en de geadresseerde of de bij hen wonende personen. 3. Wel mogen echter worden ingesloten: in briefpostzendingen niet zijnde brieven met waardeaangifte: bijen, bloedzuigers en zijderupsen; parasieten en verdelgers van schadelijke insecten, bestemd voor de beheersing van deze insecten en uitgewisseld tussen officieel erkende instellingen; in pakketten: levende dieren waarvan het vervoer per post in de postvoorschriften van de betrokken landen wordt toegestaan. 4. Het insluiten van de hieronder genoemde voorwerpen in postpakketten is verboden: documenten met het karakter van een actuele en persoonlijke briefwisseling tussen de afzender en de geadresseerde of de bij hen wonende personen; correspondentie van welke aard ook tussen andere personen dan de afzender en de geadresseerde of de bij hen wonende personen. 5. Het is verboden muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen in te sluiten: in briefpostzendingen zonder waardeaangifte; wanneer de nationale wetgeving van het land van herkomst en het land van bestemming dit toestaat, mogen deze voorwerpen echter wel aangetekend in een gesloten envelop worden verzonden; in pakketten zonder waardeaangifte in het verkeer tussen twee landen die waardeaangifte accepteren; bovendien kan elke postdienst de insluiting verbieden van baren goud in zendingen met of zonder waardeaangifte afkomstig van of met bestemming naar zijn grondgebied of in doorvoer over zijn grondgebied; elke postdienst kan beperkingen stellen aan de werkelijke waarde van deze zendingen. 6. Drukwerken en braillestukken: mogen geen aantekeningen bevatten of documenten met het karakter van een actuele en persoonlijke briefwisseling; mogen geen al dan niet afgestempelde postzegels of andere frankeermiddelen of enig ander waardevertegenwoordigend papier bevatten. 7. Zendingen die ten onrechte zijn toegelaten, worden behandeld overeenkomstig de Regelingen. Zendingen die de in 2.1, 2.2 en 2.3 bedoelde voorwerpen bevatten, worden echter in geen geval naar de bestemming verzonden, noch bij de geadresseerden besteld, noch teruggestuurd naar de plaats van herkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel