**1.** Voor de tenuitvoerlegging van de bij het Congres ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag, dienen deze te zijn goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige lidstaten die hun stem uitbrengen. Ten minste de helft van de op het Congres vertegenwoordigde lidstaten dient op het moment van de stemming aanwezig te zijn.
**2.** Voor de tenuitvoerlegging van de voorstellen betreffende de Regeling Brievenpost en betreffende de Regeling Postpakketten, dienen deze te zijn goedgekeurd door de meerderheid van de leden van de Postraad.
**3.** Voor de tenuitvoerlegging van de tussen twee Congressen in ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag en het Slotprotocol daarbij dienen deze het volgende aantal stemmen op zich te verenigen:
tweederde van de stemmen, waarbij ten minste de helft van de lidstaten van de Unie op de raadpleging heeft gereageerd indien het wijzigingen betreft;
de meerderheid van de stemmen indien het de uitlegging van de bepalingen betreft.
**4.** Niettegenstaande het in 3.1 bepaalde, heeft elke lidstaat waarvan de nationale wetgeving nog onverenigbaar is met de voorgestelde wijziging het recht, binnen negentig dagen nadat deze ter kennis werd gebracht, door middel van een schriftelijke verklaring aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau aan te geven dat hij die wijziging onmogelijk kan aanvaarden.
DEEL III
Artikel 64
Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende het Verdrag en de Regelingen
Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2004