**1.** De lidstaten dragen bij aan de dekking van de uitgaven van de Unie volgens de contributieklasse waartoe zij behoren. Deze klassen zijn:
klasse van 50 eenheden;
klasse van 40 eenheden;
klasse van 35 eenheden;
klasse van 25 eenheden;
klasse van 20 eenheden;
klasse van 15 eenheden;
klasse van 10 eenheden;
klasse van 5 eenheden;
klasse van 3 eenheden;
klasse van 1 eenheid;
klasse van 0,5 eenheid, voorbehouden aan de door de Verenigde Naties vermelde minstontwikkelde landen en aan andere door de Raad van Bestuur aangewezen landen.
**2.** Naast de in het eerste lid bedoelde klassen kan elke lidstaat ervoor kiezen meer dan 50 contributie-eenheden te betalen.
**3.** Op het moment van hun toelating of toetreding tot de Unie worden de lidstaten, overeenkomstig de in artikel 21, vierde lid, van de Constitutie bedoelde procedure, ingedeeld in een van de eerdergenoemde contributieklassen.
**4.** De lidstaten kunnen later van contributieklasse veranderen, mits het Internationaal Bureau ten minste twee maanden voor de opening van het Congres van deze verandering in kennis wordt gesteld. Deze kennisgeving, die ter kennis van het Congres wordt gebracht, wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van de door het Congres vastgestelde financiële bepalingen. De lidstaten die hun wens van contributieklasse te veranderen niet binnen de gestelde termijn te kennen hebben gegeven, blijven in de contributieklasse waartoe zij tot op dat moment behoorden.
**5.** De lidstaten kunnen niet verlangen dat zij met meer dan één klasse tegelijk lager worden geplaatst.
**6.** In uitzonderlijke gevallen zoals natuurrampen waarvoor internationale hulpprogramma's nodig zijn, kan de Raad van Bestuur evenwel, eenmaal tussen twee Congressen in, op verzoek van een lidstaat, indien deze aantoont dat hij zijn contributie in de oorspronkelijk gekozen klasse niet kan handhaven, een tijdelijke verlaging met één klasse toestaan. Onder dezelfde omstandigheden kan de Raad van Bestuur eveneens een tijdelijke verlaging toestaan voor lidstaten die niet tot de minstontwikkelde landen behoren die reeds in de klasse van 1 eenheid zijn gerangschikt, door deze in de klasse van 0,5 eenheid te plaatsen.
**7.** In toepassing van het zesde lid kan de tijdelijke verlaging door de Raad van Bestuur worden toegestaan voor een maximumtermijn van twee jaar of tot het volgende Congres, indien dit eerder plaatsvindt. Na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt het betrokken land automatisch in zijn oorspronkelijke klasse teruggeplaatst.
**8.** In afwijking van het vierde en vijfde lid zijn de verplaatsingen naar een hogere klasse niet aan beperkingen onderworpen.
HOOFDSTUK IV
Artikel 127
Contributieklassen
Onderdeel van Algemeen Reglement van de Wereldpostunie· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2004