Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van New-York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen;
verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
het Europees gemeenschapsrecht, voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
internationale asielovereenkomsten, en de Verordening (EG) Nr 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de Lidstaten wordt ingediend, voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;
het Europees Verdrag van 16 oktober 1980 inzake de overdracht van de verantwoordelijkheid ten aanzien van vluchtelingen voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van onderdanen van een derde Staat.
Artikel 15
Betrekking tot andere verdragen
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen en verblijvende personen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007