Naar hoofdinhoud
1. Indien een van de Partijen een gevonniste persoon overbrengt vanuit een derde Staat, verleent de andere Partij haar medewerking bij het vergemakkelijken van diens doortocht over haar grondgebied. De Partij die het voornemen heeft een dergelijke overbrenging uit te voeren, stelt de andere Partij daarvan vooraf op de hoogte. 2. Een Partij kan weigeren doortocht toe te staan: indien de gevonniste persoon een onderdaan is, of indien de handeling die aanleiding tot de veroordeling is geweest geen strafbaar feit oplevert ingevolge haar eigen recht.

Rechtspraak bij dit artikel