Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Waarnemers en samenwerking met derden

Onderdeel van Maasverdrag· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2006

1. De Commissie kan op hun verzoek als waarnemer erkennen: de Europese Gemeenschap; intergouvernementele organisaties waarvan de werkzaamheden verband houden met het onderhavig Verdrag; niet-gouvernementele organisaties voor zover er sprake is van raakvlakken met hun belangen of taken; elke Staat die geen Partij is bij het onderhavig Verdrag en die belang heeft bij de werkzaamheden van de Commissie. 2. De waarnemers kunnen, zonder stemrecht, deelnemen aan de vergaderingen van de Commissie en kunnen de Commissie elke informatie, elk verslag of elke mening, verband houdend met het doel van het onderhavig Verdrag, inbrengen. 3. De Commissie wisselt informatie uit met de waarnemers. In het bijzonder hoort zij de waarnemers wanneer het adviezen, aanbevelingen of besluiten betreft die zij van belang voor hen acht, en informeert hen vervolgens over de adviezen of aanbevelingen die zijn uitgebracht en de besluiten die zijn genomen. 4. De Commissie organiseert in haar schoot de samenwerkng met de waarnemers. De modaliteiten van deze samenwerking alsmede de voorwaarden voor de toelating tot en de deelneming aan deze samenwerking worden geregeld in het Huishoudelijk en Financieel Reglement. 5. De Commissie kan besluiten zich te laten bijstaan door deskundigen en deze uit te nodigen voor haar vergaderingen.

Rechtspraak bij dit artikel