Naar hoofdinhoud

Titel II › HOOFDSTUK 3

Artikel 2.11

Weigering op absolute gronden

Onderdeel van Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2018

1. Het Bureau weigert een merk in te schrijven indien naar zijn oordeel: het teken geen merk kan vormen in de zin van artikel 2.1, lid 1 en 2; het merk elk onderscheidend vermogen mist; het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, hoedanigheid, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst of het tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten; het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden; het een merk betreft als bedoeld in artikel 2.4, sub a, b of g. 2. De weigering om tot inschrijving over te gaan moet het teken dat een merk vormt in zijn geheel betreffen. Zij kan tot een of meer van de waren of diensten waarvoor het merk bestemd is worden beperkt. 3. Het Bureau geeft van zijn voornemen de inschrijving geheel of gedeeltelijk te weigeren, onder opgave van redenen, onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant en stelt hem in de gelegenheid hierop binnen een bij uitvoeringsreglement gestelde termijn te antwoorden. 4. Indien de bezwaren van het Bureau tegen de inschrijving niet binnen de gestelde termijn zijn opgeheven, wordt de inschrijving van het merk geheel of gedeeltelijk geweigerd. Van de weigering geeft het Bureau onder opgave van redenen onverwijld schriftelijk kennis aan de deposant, onder vermelding van het in artikel 1.15bis genoemde rechtsmiddel tegen die beslissing. 5. De weigering wordt eerst definitief nadat de beslissing niet meer vatbaar is voor enig rechtsmiddel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel