Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „bevoegde autoriteit", het overheidsorgaan van elke Verdragsluitende Partij dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het voldoen door ondernemingen aan de voorraadverplichting; „voorraden", voorraden ruwe aardolie of aardolieproducten (met inbegrip van halffabrikaten en eindproducten) waarop de Richtlijn van toepassing is; „voorraadverplichting", de totale hoeveelheid voorraad die uit hoofde van de nationale wetgeving moet worden aangehouden; „crisis in de voorziening", hetzelfde als in artikel 6, tweede lid, van de Richtlijn wordt verstaan; „grondgebied", het grondgebied van de desbetreffende Verdragsluitende Partij dat in Europa is gelegen; „onderneming", een onderneming of instantie gevestigd op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die voorraden aanhoudt ten behoeve van het vergemakkelijken van de nakoming (door die onderneming of een derde) van de wetgeving inzake de verplichting tot het aanhouden van voorraden aardolieproducten van die of de andere Verdragsluitende Partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel