**1.** Regelmatige passagiersdiensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.
**2.** De vergunningaanvraag wordt gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer. Indien de autoriteiten de aanvraag goedkeuren, worden de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij in kennis gesteld van de vergunning.
De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie beslist over de vorm en inhoud van de vergunningaanvraag en de vereiste ondersteunende documenten.
**3.** De vergunningen worden afgegeven met de gezamenlijke instemming van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.
Niettegenstaande de erkenning door de bevoegde autoriteiten van de wenselijkheid van een regelmatige dienst, kan een aanvraag voor een vergunning worden afgewezen indien, onder andere:
er geen pool-overeenkomst bestaat;
de aanvrager niet in staat is het vervoer waarvoor hij een vergunning heeft aangevraagd te realiseren met het materieel dat hij tot zijn onmiddellijke beschikking heeft;
de aanvrager in het verleden verzuimd heeft te voldoen aan de voorwaarden voor de vergunningen voor het internationaal vervoer van personen over de weg of de regels met betrekking tot verkeersveiligheid, met inbegrip van de regels met betrekking tot voertuignormen en de rij- en rusttijden van bestuurders, zwaar heeft overtreden;
in geval van een aanvraag voor verlenging van een vergunning, niet aan de voorwaarden voor de vergunning voldaan is.
Een beslissing of een vergunning die dient te worden afgegeven wordt door de bevoegde autoriteiten genomen binnen drie maanden na de datum waarop een volledige aanvraag is ontvangen. Indien een bevoegde autoriteit nalaat binnen deze periode te antwoorden, wordt deze verondersteld impliciet met de afgifte van een vergunning te hebben ingestemd.
Een vergunning is geldig voor een door de bevoegde autoriteiten vast te stellen termijn.
**4.** Over wijzigingen van de exploitatievoorwaarden en opheffing van de dienst wordt besloten op basis van de in het tweede en derde lid vervatte procedure.
Indien er geen vraag meer bestaat naar de dienst kan de exploitant deze opheffen door middel van een drie weken van tevoren gedane kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben afgegeven.
DEEL II
Artikel 3
Regelmatige passagiersdiensten
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2005