Naar hoofdinhoud
1. De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. 2. De partijen bevestigen hun verbintenis duurzame ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. 3. De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de beginselen van goed bestuur en de bestrijding van corruptie.

Rechtspraak bij dit artikel