**1.** De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit terrein gericht moet zijn op de opbouw en ontwikkeling van partnerschapsrelaties met de inheemse bevolkingsgroepen in het kader van de bevordering van armoedebestrijding, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, eerbiediging van de mensenrechten en democratie.
**2.** De partijen komen tevens overeen samen te werken om te voorzien in passende bescherming van traditionele kennis, innovatie en praktijken van inheemse en plaatselijke gemeenschappen, die de uitdrukking zijn van traditionele levenswijzen die van belang zijn voor het behouden en duurzaam benutten van biologische diversiteit. Ook bevorderen zij een eerlijke en rechtvaardige verdeling van de voordelen die uit de benutting van dergelijke kennis voortvloeien.
**3.** De partijen dienen niet alleen op alle niveaus van de ontwikkelingssamenwerking systematisch rekening te houden met de situatie van de inheemse bevolkingsgroepen, maar ook de bijzondere situatie van die bevolkingsgroepen in de beleidsformulering te integreren en de capaciteit van organisaties die deze bevolkingsgroepen vertegenwoordigen te versterken, zulks om de positieve effecten van de ontwikkelingssamenwerking voor deze groepen te versterken.
**4.** In het kader van de samenwerking op dit terrein kan steun worden verleend aan organisaties die de inheemse bevolking vertegenwoordigen, zoals de Werkgroep inzake de rechten van inheemse volkeren, die binnen het Integratiestelsel voor het Andesgebied een raadgevende functie heeft.
TITEL III
Artikel 45
Samenwerking inzake inheemse volkeren
Onderdeel van Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Andesgemeenschap en haar lidstaten (Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru en Venezuela), anderzijds· Internationaal publiekrecht