Naar hoofdinhoud
1. De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit gebied gericht wordt op bevordering en ondersteuning van een breed vredesbeleid, waarvan conflictpreventie en -oplossing onderdelen zijn. Dit beleid wordt gebaseerd op het beginsel van de betrokkenheid en participatie van de samenleving en is met name gericht op de opbouw van regionale, subregionale en nationale capaciteit. Het is erop gericht alle segmenten van de samenleving gelijke politieke, economische, sociale en culturele kansen te geven, de democratische legitimiteit te versterken, de sociale samenhang te bevorderen, het beheer van de overheidszaken effectiever te maken, doeltreffende mechanismen te creëren om de belangen van verschillende groepen op vreedzame wijze te verzoenen, en een actieve, goed georganiseerde civiele samenleving te bevorderen. 2. Samenwerkingsactiviteiten kunnen onder meer zijn: verlening van steun voor bemiddeling, onderhandeling en verzoening, regionaal beheer van gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen, ontwapening, demobilisatie en sociale reïntegratie van voormalige leden van illegale gewapende groeperingen, inspanningen betreffende het vraagstuk van kindsoldaten (zoals gedefinieerd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind), maatregelen ter bestrijding van antipersoneelmijnen, opleidingsprogramma's op het gebied van grenscontrole, en steun voor de uitvoering en verspreiding van de Overeenkomst van Lima, Andeshandvest voor vrede en veiligheid, beperking en controle van de uitgaven voor externe defensie. 3. De partijen werken ook samen op het gebied van de voorkoming en bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens, onder meer met het oog op het coördineren van maatregelen ter versterking van juridische en institutionele samenwerking en het verzamelen en vernietigen van illegale handvuurwapens en lichte wapens die in het bezit zijn van burgers.

Rechtspraak bij dit artikel