Naar hoofdinhoud
1. De bij dit besluit verleende voorrechten en immuniteiten worden in het belang van het agentschap en de Europese Unie en niet tot persoonlijk voordeel van de betrokkenen zelf verleend. Het is de plicht van het agentschap en alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten, in alle andere opzichten de wetten en voorschriften van de lidstaten na te leven. 2. Op verzoek van een bevoegde autoriteit of van een justitieel orgaan in een lidstaat is de directeur, en in het geval van door de lidstaten bij het agentschap gedetacheerde nationale deskundigen ook de bevoegde autoriteit van die lidstaat, gehouden de immuniteit van het agentschap, zijn directeur en andere personeelsleden overeenkomstig artikel 7 op te heffen in de gevallen waarin deze de rechtsgang zou belemmeren en opgeheven kan worden zonder dat de belangen van het agentschap worden geschaad. Indien een geschil ontstaat met betrekking tot een dergelijke opheffing en overleg met de bevoegde autoriteit of het bevoegde justitieel orgaan niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leidt, wordt de kwestie geregeld overeenkomstig artikel 12. 3. Wanneer de immuniteit van het agentschap is opgeheven, vinden alle door de justitiële autoriteiten van de lidstaten bevolen huiszoekingen en beslagleggingen plaats in aanwezigheid van de directeur van het agentschap of een door hem gemachtigd persoon overeenkomstig de geheimhoudingsregels. 4. Het agentschap werkt te allen tijde met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten samen met het oog op een vlotte rechtsbedeling en zet stappen om te voorkomen dat de bij dit besluit verleende voorrechten en immuniteiten worden misbruikt. 5. Wanneer een bevoegde autoriteit of een justitieel orgaan in een lidstaat van mening is dat er sprake is van misbruik van een bij dit besluit verleend voorrecht of verleende immuniteit en derhalve het agentschap om opheffing van de immuniteit verzoekt, plegen het agentschap en de bevoegde autoriteit of het justitieel orgaan overleg om vast stellen of bedoeld misbruik heeft plaatsgevonden. Het opheffingsbesluit wordt genomen overeenkomstig lid 2. Indien dat overleg niet tot een voor beide partijen bevredigend resultaat leidt, wordt de kwestie overeenkomstig de in artikel 12 vastgestelde procedure geregeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel