Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK II

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tadzjikistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2010

1. De Gemeenschap en haar lidstaten kennen voor de vestiging van Tadzjiekse vennootschappen, zoals gedefinieerd in artikel 22, onder d), geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen. 2. Onverminderd de in bijlage II genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar lidstaten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Tadzjiekse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen. 3. De Gemeenschap en haar lidstaten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Tadzjiekse vennootschappen, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen. 4. De Republiek Tadzjikistan kent, voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap zoals gedefinieerd in artikel 22, onder d), geen minder gunstige behandeling toe dan aan Tadzjiekse vennootschappen of aan vennootschappen uit derde landen, indien laatstgenoemde gunstiger is. 5. De Republiek Tadzjikistan kent aan op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de exploitatie daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan aan Tadzjiekse vennootschappen en filialen daarvan of aan vennootschappen uit derde landen en filialen daarvan, indien laatstgenoemde gunstiger is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel